Je hoeft geen Mozart te zijn om je te laten bekoren door de virtuositeit van de spreeuw. De nachtegaal kan er wat van, zeker, de merel ook natuurlijk. En de roodborst, de zwartkop. Maar ook de spreeuw is een meester.
Hoe benoem je nou in eenvoudige mensentaal die glissando’s die een spreeuw van een dakgoot naar beneden kan laten afglijden? Het ritmische geklepper van zijn snavel? De citaten van andere vogels die hij op een van zijn reizen gehoord heeft en die hij zich in zijn geïmproviseerde liedjes herinnert? De alleenspraak, de murmuraties? De herhalingen?
De spreeuw preutelt. En fluit. En kwettert. Neuzelt. Zingt liedjes van jewelste. Hoe prachtig Mozart ook componeerde, vergeleken bij de spreeuw blijft hij toch een prutser. Daarom ook moest hij steeds opnieuw beginnen.
Ex Libris Jac. P. Thijsse | ontwerp B.W. Wierink (1856-1939)
Jac. P. Thijsse had een fraai Ex Libris: onbekommerd zingt een groepje spreeuwen op zwiepende takken tegen de wind in. Bij Thijsse gaat de zon altijd op. Velen vinden dat dat Thijsse ten voeten uit was. Ofschoon hij vanaf 1922 deftig zijn doctorstitel voerde (doctor honoris causa wegens zijn enorme verdiensten) liet Thijsse zich nooit op academische geleerdheid voorstaan. Was hij zich bewust van het uitzonderlijke van wat wij nu zijn ‘sociale stijging’ zijn gaan noemen? Of is het toch oprechte bescheidenheid?
Het is nou ook weer niet zo dat hij zich vergeleek met ‘het straatschoffie onder de gewone vogels’, de spreeuw. Hij ging altijd in driedelig kostuum. Maar er waren volgens hem geen ‘gewone vogels’. En verder, en trouwens: kijk eens goed naar het verenkleed van een spreeuw. Luister naar zijn virtuoze zang. Lees daar Het vogeljaar (1903) of Vogelzang (1938/1965) maar op na. Maar vooral in dat ‘onbekommerde’ moet hij zich graag hebben willen herkennen. In het ijverige misschien ook wel, het vlijtige. Jeumig, wat heeft Thijsse veel geschreven. ’t Is waar, ‘ijver’ en ‘vlijt’ horen bij de vorige eeuw toen dat nog gewoon op het schoolrapport stond. En Thijsse is zelfs geboortig uit de vóórvorige eeuw. They did things differently there.
Toen ik gisteren over Spinoza begon wist ik eigenlijk al wel dat Thijsse zich vermoedelijk nooit door de wiskundige architectuur van de Ethica heeft laten betoveren. En misschien snapte hij intuïtief ook wel dat het bedrijven van godsdienst maar een rare zaak is voor wie het liefst in de natuur ronddwaalt. Als je ’t mij vraagt liet ook de hele Systema Naturae van Linnaeus hem betrekkelijk koud, al noteert hij nauwgezet óók altijd de Latijnse namen van de vogels en planten die hij opmerkt. Of had dat weer met die gevoelde opstijging te maken?
In zijn brieven, en ook in zijn boeken, dringt hij er steeds op aan er zélf op uit te gaan, weer of geen weer: “Nu ben je lekker onderweg met de vogelgeluiden en ook voorgoed ‘verzonken’ in de heerlijkheid van het natuurleven, de openbaring van het onovertreffelijke. (. . .) Werk vooral onbevangen en ootmoedig, als een echte artiest” houdt hij een jonge bewonderaarster voor die zich wil toeleggen op het noteren van vogelzang en Thijsse daarbij om raad vraagt.
Er zijn nog andere mooie voorbeelden te vinden in de brieven en de wandelboeken (Marga Coesèl : Wanhoop nooit aan vooruitgang; brieven van Jac. P. Thijsse (Amsterdam 2012) en Nu ga ik er eens op uit; Wandeldagboeken 1884-1898 (Amsterdam 2021). Spinoza laat ik maar weer even in de kast, die kan wachten. Die wacht al eeuwen.
Hier in mijn buurt zie je jammer genoeg bijna nooit spreeuwen. Hoe dat komt weet ik niet precies. Denkelijk is de buurt te keurig. Huismussen zijn er ook al nooit. Daarvoor moet ik er dus op uit, wat helemaal niet erg is. Voor de voorpret alvast dit:
Spreeuw
Had niets te beweren te klein voor veren te nat om bruin te heten en snavel dicht ook tegen eten.
Maar werd een hoogst warmpotig geleerde specialistisch geïnteresseerde zeehondgeveerde vetervereerder.
Frivoolkelige imitator een parel-bespetterde wezel, een vliegende ongeletterde triomfator.
Ik lees nu al dagen in de brieven die Jac. P. Thijsse in z’n lange leven heeft geschreven. De mensen aan wie hij schreef moeten nu in voetnoten aan ons worden voorgesteld. Dat zijn heel veel mensen. Veel mensen die ‘iets betekend hebben’. Ik lees langzaam, iedere dag een paar brieven. Maar dat is dan toch nog weer aanzienlijk sneller dan het tempo waarin de afgelopen eeuw de gedachte groeide dat natuurbescherming noodzaak is en geen linksige luxe. Thijsse is inmiddels zelf een monument maar wie kent Piet van Tienhoven nog? Thijsse schrijft hem omdat die van begin af aan betrokken was bij Natuurmonumenten. Hem vertrouwde hij alles toe. Piet was een vriend.
In één van die brieven verzucht Thijsse: “Ach, waren alle Menschen wijs.” Piet moest het verder zelf maar aanvullen. Die zal dat gekund hebben. Ieder vogeltje zingt zoals . . . Kennelijk veronderstelde Thijsse ook dat Piet het levensinzicht deelde dat onder deze zinsspreuk schuilt.
Maar zonder een voetnoot was ik niet op de gedachte gekomen eens in het dichtwerk van Dirk Camphuysen te zoeken naar die sententie. Terwijl Camphuysen in zijn tijd toch net zo beroemd was als Jacob Cats. Al wil mij van diens rijmpjes momenteel trouwens ook even geen enkele te binnen schieten. Nog geen beginregel. Wel bracht mij dit op de gedachte dat het met de wijsheid net zo gesteld is als met de natuur zelf: als je iets niet gekend hebt, kun je het ook niet missen. Ook dat is een typisch geval van het Shifting Baseline Syndrome. Schrijf ik nou ‘typisch’? ‘Tragisch’, bedoel ik. Ach waren alle mensen wijs . . .
Intussen begon mij dat gedichtje van Camphuysen danig te interesseren. Hoe zou Thijsse dat hebben gekend? Kende hij het helemaal? En deelde hijzelf echt het inzicht dat eruit spreekt? Aan de eerste regel kon hij zich bij niemand een buil vallen en Thijsse wilde niemand uitsluiten bij zijn kolossale missie de natuur voor iedereen te behouden. Maar het vervolg roept dan toch ongetwijfeld verontwaardigd protest op bij zwartkousige gelovigen. Camphuysen was namelijk een gekend remonstrant, vandaar ook die Stichtelijcke Rymen waarvan dit er dus eentje is. Thijsse moet dat van die godsdiensttwisten in de 17e eeuw als onderwijzer allemaal geweten hebben. Partij kiezen lag niet in zijn aard. Behalve voor de natuur dan, maar dat dan ook hartstochtelijk.
Het zou ook zomaar kunnen zijn dat Thijsse de spreuk kende omdat – ie die had gelezen op het Spinozahuis in Rijnsburg. Veel mensen zouden kunnen denken dat dat een uitspraak van Spinoza zelf is, wat velen ook daadwerkelijk doen en wat helemaal niet zo gek is. Wie de natuur en God voor hetzelfde houdt ziet uit zichzelf wel hoe wij het op deze droevige planeet steeds maar weer verkloten. En kijken kon Thijsse.
’t Komt dus dicht in de buurt. Maar de steen werd pas aangebracht toen Spinoza al weer verhuisd was. Die kan ‘m nog wel gezien hebben, en de inhoud misschien ook wel onderschreven. Dat huisje waar Spinoza met zijn beroemde Ethica begon, is al sinds 1899 een museum en Thijsse zwierf graag rond in het er vlakbij gelegen Meijendel. Hij zal ervan geweten hebben. Maar of hij zich ook in de Ethica heeft verdiept?
Je kunt zomaar een mooie spreuk tegenkomen en denken ‘goh, da’s mooi verwoord’. En menen dat iedereen dat ook wel vindt. Dat je dat niet hoeft uit te leggen. Pfff. De evidentie . . .
Maar dat is dan niet zo.
Het is goed dat er monumenten zijn. En musea.
Spinozahuis in Rijnsburg. Spinoza (1632-1677) woonde en werkte hier van de zomer van 1661 tot de lente van 1663. De gevelsteen (in het midden) werd in 1667 aangebracht. ’t Museum werd vorige week weer heropend.
Chimpansee Jack interviewt natuuronderzoekster Jennifer Ackerman
(‘Wat ging er toen door je heen?’) | foto Cary Wolinsky
Het NOS-Journaal eindigde gistermiddag om zes uur met een bericht over chimpansees in Uganda. Die zijn elkaar daar aan het uitmoorden. ’t Is niet best. Een heuse stammenoorlog! Kindermoord en moederdoodslag. Voor wie het daarbij op de bank kan uithouden is er een film van gemaakt. Het Journaal doorsnijdt de reportage met enkele achtervolgingsbeelden uit die documentaire die nu op Netflix is te zien: Chimp Empire (2023). Dat loopt niet goed af.
Maar gelukkig is in de dierentuin alles ‘pais en vree’, vertrouwt de reporter ons toe. En nog een geruststelling: ‘Ze kunnen elkaar niet beschieten én ze plaatsen ook geen dreigementen op sociale media.’
Dat de redactie nadrukkelijk een bruggetje zoekt met de gebeurtenissen in Iran, de Straat van Hormuz en Libanon is zonneklaar: ‘Er is nog geen wapenstilstand,’ verklaart een opgetrommelde biologe desgevraagd in militair jargon. We zien achter haar enkele chimpansees van Burgers’ Zoo die om voedsel bakkeleien. Dat gaat er ‘ruig’ aan toe. Nou ja, ruig? Ik ben gewoon mijn vrouw te vragen om nog een boterham maar dat is ook maar een toevallige culturele conventie.
Wat kan er allemaal misgaan in een nieuws-itempje van krap anderhalve minuut? Genoeg om mij onrust in de nacht te bezorgen. De berichtgeving van de NOS berust op een artikel dat deze week in Science werd gepubliceerd. Dat had ik al gelezen omdat de Volkskrant dit had opgepikt (https://www.science.org/doi/10.1126/science.adz4944).
Wetenschap blijkt dan toch weer een stuk ingewikkelder. Leefde Frans de Waal nog maar! dacht ik in mijn woelingen. Die had ons haarscherp kunnen uitgeleggen hoe het komt dat een vergelijking tussen mens en dier altijd in het nadeel van de laatste uitvalt. Zeker als je ook nog een hek en een slotgracht om die dieren heen zet. En een kassa bij de poort.
Misschien waren ze op de redactie van het Journaal niet slim genoeg om te bedenken dat ze wel naar Burgers’ Zoo moesten omdat De Waal juist daar in jaren ’70 met zijn onderzoek naar primaten is begonnen. Dat hadden ze er best bij kunnen vertellen. Misschien dachten ze wel dat dat gewoon de enige plek in Nederland was waar je nog chimpansees kon filmen. En misschien waren ze ook wel vergeten dat De Waal’ s levenslange onderzoek zich nou juist richtte op verzoeningsgedrag, op empathie, wat toch heel iets anders is dan raketten op een beschaving afvuren ten einde deze na afloop van de beschietingen in het Stenen Tijdperk weer te doen laten ontwaken.
Wat zouden die chimpansees hier nou van vinden, vroeg ik mij deze doorwaakte nacht telkens af. Zet maar een muur om dat Witte Huis heen? Met een diepe slotgracht? En een kassa bij de entree?
Zo hoog gebogen boven zoiets nederigs – bosanemoontjes
_____
Opm.
Ik wilde vanmorgen iets zinnigs opmerken over de toestand in de wereld. Dat de huidige president van de Verenigde Staten, bijvoorbeeld, het wegvagen van een millennia-oude beschaving ziet als een onstuitbaar natuurverschijnsel. En dat hij daar zeer verkeerd aan doet. Maar ja, Donald Trump is niet zo’n natuurliefhebber. En in zijn omgang met het weer, en ook met het klimaat, en andere zaken, mensen vooral, vertoont zijn kennis van de natuur spectaculaire hiaten.
Anderen hebben daar meningen over. Het is tenslotte nogal wat dat zo iemand over het lot van zoveel mensen lijkt te kunnen beslissen. Zouden ze die very stable genius niet eens het bos in kunnen sturen? Wat mij betreft volstaat één verzoekje: maak jij nou – es zo’n bosanemoon. Eentje maar.
Van VPN wist ik alleen dat je dat kunt gebruiken als je niet wilt dat ook maar iemand kan zien wat je op het internet doet. In een ver land bijvoorbeeld, dat bestuurd wordt door lieden die opvattingen hebben over hoe het leven geleefd moet worden. En als je dan andere opvattingen hebt, dan mag dat niet. Op straffe van. Meestal erg erge straffen.
Maar nu bedien ik mij zelf opeens van een VPN om in dit blog te kunnen schrijven. Om onopgehelderde redenen herkende mijn eigen netwerk mijn Zinrijk niet meer. Dat begon vorige week, op vrijdag. Dat dat toevallig Goede Vrijdag was en ik mijn bloedeigen site niet meer binnen kon komen is niet oorzakelijk verbonden. Over het erop volgende lijden zal ik niet hebben. De wereld draaide door, werd althans niet beter en werd althans niet slechter. Wat de wereld betreft wou ik het daar maar bij laten. Wat het persoonlijke aangaat: het is nu eenmaal zo dat wie in zijn dagelijkse routine gestoord wordt, ongemak ervaart. Het waren ongemakkelijke dagen, meer was het eigenlijk niet. Men moet die zaken uit elkaar weten te houden.
Gistermiddag kwam Mathieu. Hij verrichtte allerlei werkzaamheden die ik niet doorgrond aan mijn pc. Na allerlei doodlopende onderzoeken, het was al ver over etenstijd, kwam hij met het idee maar eens een VPN te proberen. Dit werkte. Mijn dank aan Mathieu grenst aan hondsdolheid.
Nu kan mijn tuin dus weer open. De bomen staan er al in bloei en overal kwinkeleren vogels van liefde en van lust. Ik kan er weer naar binnen. En het staat iedereen vrij ook in die tuin rond te dwalen.
Vanmorgen las ik over de gebeurtenissen in deze wereld. De Perzische Beschaving wordt toch niet naar het Stenen Tijdperk gebombardeerd, zo luidt het ondoorgrondelijke oordeel van het Opperhoofd van een Fossiele Beschaving. Over de oorzakelijke verbanden in ’s mans opperhoofd laat ik mij niet uit. Over de toestand in Teheran of Ispahaan is geen bericht.
[Toch, één ouder bericht:
DE TUINMAN EN DE DOOD
Een Perzisch Edelman:
Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik, Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!
Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot, Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.
Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant, Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.
Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan, Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ –
Van middag – lang reeds was hij heengespoed – Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.
‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt, ‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’
Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t, Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,
Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan, Die ‘k ’s avonds halen moest in Ispahaan.’